PLUSPUNTEN
- De stad Lier
- Het minidorpje Gestel
- De prachtige meanders van de Neten
- De aantrekkelijke horeca onderweg
- De rustige landelijke fietswegen
- De mooie dijkpaden langs het water
Pallieteren? Da’s genieten op z’n Liers. Lier, een stadje met een hoog prentkaartgehalte en de al even fotogenieke Neteboorden.
Het decor voor deze fietslus langs historische hoeven en kastelen, een authentiek Kempens heidelandschap én het stilste dorpje van Vlaanderen.
Nagenieten doet men nergens beter dan in Lier op een van de vele terrasjes waar je kan proeven van een lekker Liers vlaaike of een frisse ‘Liter van Pallieter’.
Een van de mooiste fietsroutes van Vlaanderen. De route loopt via het knooppuntennetwerk. Met veel fietsen langs het water en toch zoveel afwisseling. Meanders van de beide Neten, het kanaal en nog heel wat onbenoemd water. En dan is daar de gezellige stad Lier om te verpozen of als startplek en bestemming. De afwisseling zorgt dan wel voor ef en toe een uitdaging. Een dijk op- of afrijden, een smal pad en af en toe een gevaarlijk kruispunt.
Wij startten de route in Nijlen bij 'De Slappe Uier' (zie verder) waardoor Lier ongeveer halfweg ligt. We hadden in Lier geen andere plannen dan een mooi terrasje zoeken en langs enkele mooie pleintjes fietsen.
De fietsroute is een knooppuntenroute. De knooppunten uit de folder (zie bij downloads) kunnen gewijzigd zijn.
Zoek je de betekenis van de sterretjes?
Je vindt de uitleg bij de informatie over de fietsblog op de homepagina.
Zoals steeds opteert Genieten op 2 Wielen voor een startplaats die meer is dan een parking. Benieuwd als we waren naar het bizonvlees van de 'Slappen Uier' in Nijlen, Laurys Gewatstraat 79, kozen we dit 'bizon'-der restaurant uit als onze startplaats. Uiteraard is ook de stad Lier een uitgelezen plek om deze fietsroute aan te vatten.
Het Hof van Rameyen is een waterburcht in Gestel met een oude kern uit de 13de – 14de eeuw die door verbouwingen evolueerde tot een 16de-eeuws renaissancekasteel. Opgericht door de machtige middeleeuwse familie Berthout. Nicolaas Rubens, tweede zoon van Pieter Paul Rubens, kocht het kasteel in de 17de eeuw. Tijdens de Boerenkrijg van 1798 huisde hier de Fransgezinde commissaris van den Bosch. Hij werd op 21 oktober 1798 verjaagd door de opstandelingen onder leiding van J.B. Caeymaex. Ze legden beslag op de parochie-registers en de namenlijsten die gebruikt werden voor de verplichte inlijving (conscriptie) van ‘onze jongens’ in het Franse leger.
Een monumentale smeedijzeren ingangspoort aan de Rameyenstraat leidt doorheen een kastanjedreef via het poortgebouw naar een driehoekig binnenplein met de 18de-eeuwse kasteelhoeve en dienstgebouwen. Het kasteel zelf is een luxueus verblijf van bijna 4.000 m2 met 10 slaapkamers-met-badkamer, en beschikt over expositie- en kantoorruimtes en ontspanningsfaciliteiten zoals een fitness, zwembad en tennisterreinen. In de kapel van het kasteel ligt een unieke majolica-tegelvloer uit de 16de eeuw, wellicht de oudste dergelijke vloer in de Benelux. Het kasteel staat in een 72 hectare (720.000 m2) groot landschapspark met aanplantingen van onder meer sequoia’s, magnolia’s, cipressen, kastanjelaars, linden, en enkele monumentale siervazen.
Als beloning voor hun hulp tegen de Mechelaars mochten, in de 14de eeuw, de Lierenaars van Hertog Jan II van Brabant kiezen tussen een universiteit of een veemarkt. Lier koos voor het lucratieve stapelrecht op vee (een veemarkt) in plaats van een universiteit. De universiteit ging in 1425 uiteindelijk naar Leuven. Omdat de Lierenaars voor de veemarkt kozen, zou de Hertog verzucht hebben: “O, die schapenkoppen” en sindsdien worden Lierenaars “Schapenkoppen” genoemd. De bijnaam “Schapenkoppen” wordt ook gebruikt voor inwoners van Dordrecht (NL), maar dat is gebaseerd op een ander verhaal.
De Sint-Gummaruskerk, ook wel de Grote Kerk genoemd, is een imposante collegiale kerk in het stadscentrum van Lier. Vanaf 1378 bouwde men de toenmalige parochiekerk om tot dit pareltje in Brabantse gotiek. De bouw duurde ongeveer 200 jaar en daarom zie je ook invloeden van barok en rococo.
De kerk bezit één van de oudste en waardevolste glasramen uit de 15de eeuw. Andere bezienswaardigheden van de kerk zijn het imposante zilveren reliekschrijn van Sint-Gummarus, de Colibrant triptiek, het opvallende koordoksaal, de Lierse kopie van de lijkwade van Turijn en nog veel meer.
De restauratiewerken aan de Sint-Gummaruskerk startten in het najaar van 2021 en loopt in fases tot 2029. De kerk blijft telkens deels toegankelijk voor publiek.
Het vroegere gildehuis van de slagers (1418) heeft nog andere functies gekend: lakenhalle, vredegerecht en gevangenis.
Het Vleeshuis werd meerdere malen verbouwd in andere stijlen. De huidige gevel is een neogotische reconstructie uit 1920.
De twee stenen leeuwen stonden vroeger aan het stadhuis. Het opschrift S.P.Q.L. (Senatus Populusque Lyrensis) staat voor ‘de Senaat en het volk van Lier’ naar analogie met het Romeinse S.P.Q.R. (Senatus Populusque Romanus).
Het stadhuis van Lier is opgetrokken in Brabantse rococostijl en is een van de zeldzame voorbeelden van openbare gebouwen die in deze bouwstijl vervaardigd zijn.
De bloeiende lakenhandel lag in 1367 aan de basis van het bouwen van een lakenhal; hierin werd ook de stadsmagistraat ondergebracht. In 1418 werd de lakenhal overgebracht naar het nabijgelegen Vleeshuis en fungeerde het gebouw voortaan uitsluitend als stadhuis.
Na eeuwen gebruik diende het gebouw in de 18de eeuw hersteld te worden. De opdracht hiertoe werd gegeven aan de bekende bouwmeester Jan Pieter van Baurscheidt de Jonge (1699-1768), die eveneens instond voor de bouw van het voormalig Koninklijk Paleis op de Meir in Antwerpen en de torenbekapping van de Lierse Sint-Gummarustoren. Uiteindelijk ontstond in 1740 een bijna volledig nieuw gebouw in Brabantse rococostijl, waarbij alleen de zijgevels nog (gedeeltelijk) authentiek zijn. Het gebouw werd ontworpen als een groot herenhuis met een kelderverdieping.
Het sobere geheel, in Balegemse witsteen en Doornikse blauwe hardsteen wordt verlevendigd door het vooruitspringen van het middengedeelte. Deze middenpartij wordt bekroond door een driehoekig fronton waarop het Lierse stadswapen is afgebeeld. De voorpui werd in 1742 geplaatst. Een rozet duidt het niveau boven de zeespiegel aan, namelijk 6 meter.
Het torentje waartegen de lakenhal gebouwd is, stond er al sedert 1369 als belfort en behoort niet tot het eigenlijke stadhuis. Dit belfort is in 1998 samen met andere Vlaamse en Noord-Franse belforten opgenomen in de UNESCO-Werelderfgoedlijst. Het is 42,5 meter hoog.
Bron: Wikipedia, geraadpleegd op 24 juni 2026
De Zimmertoren met de wonderbaarlijke Jubelklok, zo genoemd vanwege de viering van 100 jaar Belgische onafhankelijkheid in 1930, is het bekendste stadsgezicht. De oorspronkelijke Corneliustoren , omgebouwd tot Zimmertoren in 1930, is samen met het Zimmermuseum gewijd aan het levenswerk van Louis Zimmer (1888-1970). “Het heelal tussen vier muren”, zo omschreef Felix Timmermans treffend het levenswerk van zijn vriend Louis Zimmer. Klokslag 12 uur verschijnen in de zijgevel de jaartallen 1830-1930, het Belgisch wapenschild, de drie eerste koningen, het Lierse wapenschild en de zes burgemeesters die Lier bestuurden sinds de onafhankelijkheid van België.
Het begijnhof in Lier behoort sinds 1998 tot het Unesco Werelderfgoed en is een typisch 13de eeuws stratenbegijnhof met 11 smalle straatjes en 95 huisjes. Op de voordeuren van de huisjes staat een naam van een heilige of een bijbeltafereel. De meeste huisjes dateren uit de 17de – 18de eeuw. Een monumentale poort geeft toegang tot het volledig gesloten hof. De grachtkant is een mooi voorbeeld van Brabantse architectuur. Centraal in het begijnhof staat de Sint-Margaretakerk. De begijnhofkerk beschikt over een indrukwekkend barok interieur en een monumentaal orgel.
Oorspronkelijk werden de huisjes bewoond door begijntjes: alleenstaande, gelovige vrouwen die er een zelfstandig leven konden leiden onder toezicht van een grootjuffrouw. Ze legden de gelofte van zuiverheid en gehoorzaamheid af, maar niet van armoede. Ze leefden onder andere van weven of kant borduren. Ze konden vrij het begijnhof verlaten, enkel ’s avonds en op zondag bleven de poorten dicht. In 1994 stierf zuster Agnes, het laatste Lierse begijntje.
We zijn ondertussen in het Stadspark van Lier beland bij het monument voor Louis Van Boeckel.
In 1900 stond kunstsmid Lodewijk ‘Louis’ Van Boeckel (1857 – 1944) aan de wereldtop van zijn ambacht en behaalde de hoogste onderscheiding op de wereldtentoonstelling van Parijs. Naast siervoorwerpen, ontwierp hij ook luchters, bas-reliëfs, trapleuningen, hekken, lantaarnarmen, pompen en uithangborden. Zijn werk behoort tot de romantische periode, maar hij gebruikte ook Jugendstilelementen.
Niet alleen in Lier vind je zijn werken, maar ook in het buitenland, o.a. het hek van het Witte Huis in Washington DC en de poorten van de Nationale Bank in Athene.